Een bericht uit de woestijn


Een bericht uit de woestijn

Vanwege operationele veiligheid mogen we hier geen foto’s maken. Ook mag het land waar de missie zich plaats vindt niet genoemd worden.
Verder gaat het prima met mij, ik heb het ontzettend druk, maar de tijd vliegt. We slapen hier met zijn zessen in een tent en lachen wat af.
Het weer begint hier eindelijk beter te worden, we hebben de slechtste winter in 20 jaar meegemaakt, wat hier inhoud 13 regendagen en veel wind.
Werken met lokale aannemers is op zijn zachts gezegd een uitdaging. Materieel is stuk of gaat stuk en op tijd is er niemand.
Van de baas tot krullenveger, iedereen is directeur en voordat er dan ook begonnen wordt moet er eerst heel wat water door de Rijn.
Als men eenmaal aan de slag is werken ze wel hard, dat moet ik toegeven.
In dit soort landen komt weer goed naar voren hoe lui wij eigenlijk zijn. Overal verzinnen we machines voor om het maar niet zelf te doen.
Hier gaat bijna alles nog met de hand. Ik kijk wat dat betreft mijn ogen uit hier.

Onze aalmoezenier schreef een stukje waarin ik voorkom. Hierbij:

Hoe lang is je uithoudingsvermogen.

Als je onze plaatselijke gym inloopt, je het aantal fitness toestellen ziet en de ander sportfaciliteiten en de immer fitte sportinstructeur,
dan had je deze vraag wel verwacht. Er wordt enorm veel aan sport gedaan en als je het bij het ‘woon- werkverkeer’ je ogen een beetje de kost geeft
dan zie je dagelijks detachementsleden sportief de vijf, tien of zelfs twintig kilometer maken. Er wordt driftig gewerkt aan conditie,
fitheid of vermindering van eerder verzamelde vetten.Ja, dan is het belangrijk dat je een goed uithoudingsvermogen hebt.

Maar een goed uithoudingsvermogen heb je ook nodig als je in dit uitgestrekte land wat wilt realiseren. De Nederlandse aanpak is er een van aanpakken,
hier heerst meer de mentaliteit van ‘Insallah’. Daar is niets mis mee, maar je moet er wel enorm aan wennen.
Deze dosis geduld wordt gevraagd en verlangd van ‘onze infra-man’. Hij, Schuit, staat voor de prachtige, boeiende maar ook stroperige taak een
nieuw ‘dorp’ voor ons uit de keiharde woestijnbodem te stampen. Dat vraagt veel tijd. Tijd van plannen maken, de vele ideëen en wensen uitwerken
en dat dan op papier uittekenen. Maar het vraagt ook het contact met aannemers en lokale contractors aangaan,
deze vele vragen en wensen uitonderhandelen en dan uiteindelijk gaan uitvoeren.

Het nieuwe dorp ziet er prachtig uit…. op papier…. Je merkt dat er inderdaad vooraf goed nagedacht moet worden over de vorm en de ligging
van de vele faciliteiten in dit nieuwe woonoord. Als niet deskundige besef ik plots dat wat je ziet veel tijd en effort vraagt, maar dat minstens
zoveel tijd gestoken moet worden in voorzieningen die je niet ziet. Afvoer van, bedradingen voor, toegangswegen tot en natuurlijk het hoofdstuk beveiliging en bescherming.
Als ik dit alles op me in laat werken breekt het zweet me uit. Op zich niet erg want vandaag een frissen en wat gure dag,
maar het zweet staat voor het feit dat ik me plots realiseerde: “Wat een klus!”

Ik zie dan Schuit in de weer. En zie dat hij het in de hand heeft. Geen zweet wat hem uitbreekt, geen paniek. Wel eens wordt er soms wat moeilijk gekeken,
maar met een enorme energie pakt hij deze taak op. Schuit –zo weten we nu- heeft een goed uithoudingsvermogen. Hij is fit, maar bovenal houdt hij het uit
met de mensen die –ieder in eigen tempo- de bouw aan het nieuwe Snow City gaan realiseren.
Nu is alles nog redelijk kaal, maar in een mum van tijd zal er een mooi woonoord voor onze ogen verrijzen. Knap werk!!

De Aalmoezenier